Tag: HRM

Vakmanschap = Eigenaarschap x Talent x Rol

Vakman ben je door niet alleen de regels van het vak te kennen, maar juist door in samenhang met die regels ook improvisatie- en creatieve vaardigheden te ontwikkelen. Pas als je jezelf inbrengt kun je situationeel handelen en ben je echt vakman.

Wendbare organisaties kijken van buiten naar binnen en plaatsen de klant -burger, bewoner, patiënt of cliënt- centraal. De focus van aandacht ligt op het faciliteren van de interactie tussen klant en professional, daar waar het gebeurt.

Met de formule ‘Vakmanschap = Eigenaarschap x Talent x Rol’ heb je de ingang voor een kansrijke aanpak.

Vakmanschap is liefde voor het vak

Hét kenmerk van vakmanschap is de professionele grondhouding. Dat is vooral liefde voor het vak, wat belangrijker is dan geld alleen. Voor de vakman gaat kwaliteit altijd voor kwantiteit en het resultaat is belangrijker dan het protocol. Het doel heiligt nu eenmaal de middelen. En de ware vakman zal proberen om continu te verbeteren. Mensen die iets goed kunnen, doen dit ook graag.

Eigenaarschap is een natuurlijke ambitie

Dit gaat over een gevoel van verantwoordelijk zijn voor de uitoefening van ‘mijn beroep’. Eigenaarschap kun je niet opdringen, maar je kunt iemand wel ruimte geven om het vakmanschap te vervolmaken. Het gevoel van eigenaarschap is het geloof in de eigen vaardigheden en capaciteiten. Kiezen wat je wilt uitdragen, weten wat je wilt.

Talent komt van binnenuit

Competenties zijn meer algemeen, gekoppeld aan functie-eisen en komen van buitenaf. Terwijl talenten juist van binnenuit jezelf komen. Voor talenten geldt ‘alleen jij hebt die unieke vaardigheden, manier van denken en handelen’. Talenten zijn duurzaam, je verliest ze dus nooit. Als je werkt op basis van je talenten geeft dit veel energie en voldoening. Talenten vervormen niet in stress situaties. Talenten zijn verbonden met wie je bent en wat je wilt; emotie en passie.

Rol geeft verbinding

De kern van werken met rollen is dat deze persoonsgebonden zijn. Je kunt een rol beschouwen als de verbinding tussen jou als persoon en het organisatiesysteem. Een professionele rol is veel specifieker en dichter bij jezelf dan een functie. Elk dienstverleningsproces is opgebouwd uit rollen als set van verschillende activiteiten. Doordat rollen veel kleinere ‘bouwstenen’ zijn dan functies kun je ze veel flexibeler toepassen en wijzigen al naar gelang wat het klantenproces nodig heeft.

De succesvolle organisatie benut de kennis en ervaring op de werkvloer: het innovatief vermogen, doe-kracht en visitekaartje van een organisatie. Het gaat om betrokken en bevlogen vakmensen die het verschil maken!

Donald van Reeven is transitiecoach voor individu, team en organisatie bij ProfessioneelZijn.

Evolutie van denken over organisaties (2): meer ruimte voor zelfsturing en zelforganisatie

In het eerste artikel over de evolutie van ons denken over organisaties schreef ik over de ontwikkeling vanaf de Middeleeuwen tot nu. In dit tweede artikel wil ik de evolutie schetsen vanuit een andere invalshoek aan de hand van enkele beelden.

DSC00438

Veel organisaties werken als op bovenstaande foto. Er zijn veel regels en procedures en de medewerkers volgens deze netjes op. Als je naar links wilt afslaan, dan sorteer je netjes voor in het linker vak en je wacht tot het verkeerslicht op groen springt.

Boek van de week

Opleidingen

Bekijk alle opleidingen

Evolutie van denken over organisaties (1): de volgende stap is ‘intrapreneurship’

Ons huidig denken over organisaties leidt tot veel problemen. Denk hierbij aan niet-gemotiveerde medewerkers, complexe besluitvorming en onvoldoende inspelen op snel wijzigende behoeften van klanten. Veel van deze problemen zijn te begrijpen uit de evolutie van ons denken over organisaties.

In de Middeleeuwen bestonden, naast grote organisaties als leger en kerk, eigenlijk alleen zelfstandigen. Deze zelfstandigen, zoals de timmerman en de smid, voerden alle taken uit die zij nodig hadden voor hun bedrijfsvoering: planning, inkoop, productie, verkoop en personeelszaken. Het waren dus complete ondernemers (‘entrepreneurs’). Het vereiste kapitaal voor ondernemen was in die tijd ondergeschikt aan het belang van de kennis en vaardigheden van de vakman. Vanaf de Industriële Revolutie werd kapitaal steeds belangrijker. Denk hierbij aan de benodigde grote investeringen voor stoommachines, mijnen en fabrieken voor massafabricage. Uiteindelijk werd zoveel belang gehecht aan kapitaal en rendement, dat begin 1900, in de tijd van Taylor, de mens verworden was tot een verlengstuk van de lopende band. Kennis en vakmanschap van medewerkers speelden geen rol meer. Nu maken we echter een omslag mee naar een diensteneconomie waarin kennis weer belangrijker wordt en waarin kapitaal geen schaarse factor meer is.

Vacatures

Operationeel Manager (Tilburg)

Kan het volgens jou altijd beter en efficienter voor de klant? Laat jij ons team optimaal presteren? Solliciteer dan nu!Teleperformance is op zoek naar een Operationeel Manager voor é&eacute... Bekijk alle vacatures

Advertorial

DEEL UW KENNIS, SCHRIJF MEE

Kom ook met uw ervaringen of ideeën! Doe mee met [num_authors] andere professionals. Lees verder

Ruimte voor zelfsturing, prima! Maar, wanneer en hoeveel?

sturing zelfsturingVeel grote organisaties sturen (nog) op proces terwijl de dynamiek in de omgeving en de opkomst van zelfbewuste medewerkers vragen om sturing op output en professionaliteit. Maar is dat altijd een betere wijze van organisatiebesturing? En, hoeveel ruimte voor zelfsturing moeten professionals dan krijgen?

Al in 1983 schreef Henry Mintzberg in zijn boek ‘Structures in fives: designing effective organizations’ over de belangrijkste coördinatiemechanismen binnen een organisatie. Mintzberg onderkende vijf elementaire coördinatiemechanismen:

– direct toezicht: medewerkers krijgen directe aanwijzingen van hun leidinggevende;
– onderlinge afstemming: medewerkers bepalen in onderling overleg hun doelen en werkwijze;
– sturen op output: medewerkers worden aangesproken op resultaat, maar kiezen zelf hun werkwijze;
– sturen op proces (of taak): medewerkers volgen (gedetailleerde) geformaliseerde werkinstructies;
– sturen op input (of competenties): medewerkers bepalen hun eigen resultaten en werkwijze vanuit hun deskundigheid.

We lichten toe hoe de toepassing van deze coördinatiemechanismen in de praktijk uitwerkt en welke factoren van belang zijn bij de keuze van de meest geschikte coördinatiemechanismen.

Innovatief Organiseren: over meer menselijke energie in organisaties

innovatief organiseren omslag deel 4Omgevingsfactoren zijn voor alle organisaties gelijk en moeilijk beïnvloedbaar. Of een organisatie wel of niet succesvol is, wordt dus bepaald binnen de organisatie en dan vooral door de mensen die daar werken. De organisaties die er echt uit zullen springen in de toekomst zijn de organisaties die ontdekken hoe ze op alle niveaus gebruik kunnen maken van de bereidheid en het vermogen tot leren en presteren van hun mensen. Innovatief organiseren wordt daarmee een belangrijk en onderscheidend concurrentievoordeel.

Ons huidig denken over organisaties leidt echter tot veel problemen. Denk hierbij aan niet-gemotiveerde medewerkers, complexe besluitvorming en onvoldoende inspelen op de veranderende behoeften van klanten. Veel van deze problemen zijn te begrijpen uit de evolutie van ons denken over organisaties. De huidige managementmodellen zijn namelijk gebaseerd op ideeën die stammen uit het einde van de 18e eeuw. Vanaf de Industriële Revolutie is binnen organisaties steeds meer een tweedeling ontstaan tussen het denken en het doen. De managers trokken het denken naar zich toe en de medewerkers moesten gewoon doen. Steeds vaker wringt dit model nu met de eisen die een dynamische omgeving stelt aan organisaties.

Voor organisaties die succesvol willen blijven, is innovatief organiseren de oplossing. Maar hoe pak je innovatief organiseren aan?

Waar staat mijn eigen organisatie met innovatief organiseren?

vergezichtIn een eerder artikel heb ik geschreven over de best-practices van innovatief organiseren. Wellicht vraagt u zich wel eens af: Waar staat mijn organisatie op het gebied van innovatief organiseren? Hoe dichtbij, of hoe veraf, staat mijn organisatie ten opzichte van de best-practices? In dit artikel presenteer ik enkele hulpmiddelen om dat voor u zelf, en bij voorkeur samen met uw collega’s, te bepalen en te bespreken.

De ‘best-practices van innovatief organiseren’ zijn de op dit moment bij mij bekende organisatieprincipes die spraakmakende en succesvolle innovatieve organisaties toepassen. Na de publicatie van mijn eerdere artikel heb ik deze best-practices nog wat bijgewerkt aan de hand van recente inzichten. De actuele best-practices zijn:

1. Onze organisatie heeft een inspirerende en gedragen missie en visie met maatschappelijke relevantie en individuele betekenis
2. De besturing van mijn organisatie is gebaseerd op gedeelde waarden en principes (in plaats van op structuren, regels en procedures)
3. Onze organisatie stimuleert horizontale, onderlinge afstemming tussen medewerkers (van verschillende afdelingen) en geeft ruimte voor participatieve besluitvorming (in plaats van centrale, top-down sturing)

Leidinggeven met de werking van de hersens in gedachten

hersens sociale interactieAl in 2009 publiceerde David Rock zijn artikel: ‘Managing with the brain in mind’. Het artikel heeft als ondertitel: ‘neurowetenschappelijk onderzoek onthult steeds meer over de menselijke kenmerken van high-performance organisaties’. Toch wordt anno 2015 door veel leidinggeven weinig gebruik gemaakt van deze bevindingen.

Uit recent neurowetenschappelijk onderzoek blijkt dat de hersenen een sociaal orgaan zijn. Belangrijke fysiologische en neurologische reacties in de hersens ontstaan vooral door sociale interactie. De meeste activiteit in onze hersens gaat over ons denken over andere mensen en over onszelf. Een bijzonder sterke reactie is hoe onze hersens, en daarmee ons gedrag en ons welbevinden, reageren op externe bedreigingen en beloningen.

Uit het onderzoek blijkt dat vijf kenmerken zorgen voor een high-performance organisatie met een klimaat dat zorgt voor een minimaal gevoel van bedreiging en voor maximaal gevoel van beloning bij haar medewerkers. Deze kenmerken zijn (in het Engels): Status, Certainty, Autonomy, Relatedness en Fairness, afgekort tot het acroniem SCARF.

Status (status)

Mensen zijn constant bezig met hun positie in de sociale hiërarchie en beoordelen iedere interactie met anderen op de gevolgen voor hun relatieve sociale status.

Innoveren in samenwerken: het einde van het arbeidscontract?

buro briesOrganisatievormen die ontstaan zijn in de industriële revolutie, lijken niet altijd geschikt meer om resultaat te boeken in de huidige maatschappij. Er is de laatste jaren een trend gaande, waarin hybride mengvormen van zelfstandig ondernemerschap en werknemerschap ontstaan. Het onderscheid wordt steeds vager: tussen baas en personeel, tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. Werknemers worden geacht bepaalde kenmerken van ondernemers te hebben en ondernemers moeten zich soms meer opstellen als onderdeel van een grotere organisatie.

Het mag duidelijk zijn dat hier meer aan de hand is dan een tijdelijke afwijking van de standaard. Van voorspelbare en beheersbare omstandigheden zijn we inmiddels in dynamische, complexe en snel-veranderende omstandigheden terechtgekomen. Van werknemers wordt nu een ondernemende houding verwacht en opdrachtgevers zijn meer bereid om verantwoordelijkheid weg te geven.

Nieuwe platte organisatievormen zoals het recent populair geworden holacracy zijn in opkomst, waarin managers verdwijnen en medewerkers zichzelf organiseren. Het bekende Semco van Ricardo Semler is al bijna 20 jaar bezig met eenzelfde manier van werken. Werknemers van Semco bepalen niet alleen hun eigen verantwoordelijkheden, maar ook hun werktijden en zelfs hun salaris. Maar denk ook aan de groeiende populariteit van effectuation, een ondernemersmethodiek die uitgaat van zelfsturing en pro-activiteit, die prima binnen organisaties toe te passen is. Of de scrum aanpak, waarbij rollen en tijdelijke teams centraal staan, die nu vanuit software-ontwikkeling uitbreidt naar andere gebieden.

Kortom, we zien een verschuiving van een rechtlijnige en industriële manier van organiseren, naar een meer organische en losse vorm van samenwerken.

Evolutie van onze hersens kan ontwikkeling van moderne organisaties niet bijhouden

We zitten in de Melkfabriek te Hilversum. Na bijna vijftig jaar dienst te hebben gedaan als productiefaciliteit is deze plek nu geëvolueerd naar een multifunctionele werkplek. Als procesoperator heb ik dik vierentwintig jaar voetstappen en zweetdruppels gebracht naar deze plek …

mismatchIn gesprek zijn Dr. Mark van Vugt, professor in de Evolutionaire en Organisatiepsychologie, en Eric Alkemade, consultant, trainer en bovenmatig geïnteresseerd in het wel en wee in organisaties. Van Vugt is de grondlegger van de Evolutionaire Leiderschap Theorie (ELT). In zijn vakgebied de Sociale Psychologie miste hij namelijk wat. In de colleges spraken de leraren over Rogers, Jung en Freud, maar één naam kwam niet voorbij: Darwin. Voor Van Vugt was het duidelijk dat de biologie en psychologie raakvlakken hadden. Na jarenlang met plezier in Engeland gedoceerd te hebben, is hij nu weer in Nederland om ons te vertellen over ons oerbrein in relatie tot de hedendaagse werkvloer.

“Als jager-verzamelaars hebben we honderdduizenden jaren rondgelopen op de savannes. De groepen waren klein en egalitair. Er was een voorkeur voor een sterke, masculiene leider omdat leiderschap vooral fysiek was. Deze kon de groep het beste leiden en van voedsel voorzien. Iedereen in de groep kon zien wat de leider de groep bracht; zijn functioneren werd constant gewogen en je kon op ieder moment besluiten hem niet meer te volgen en de groep te verlaten”.

Hoe word je meer bevlogen – en dus meer succesvol – in je werk en je leven?

heldHet antwoord is, volgens Bas Kodden, door een HELD te worden, een Hoog Energieke Leidingnemende Doener. Hoe je dat wordt, heeft hij beschreven in zijn boek ‘Word een HELD’ (2013). Onlangs verscheen de tweede druk hiervan. De ondertitel luidt: ‘Hoe bevlogenheid, vitaliteit en toewijding het verschil maken’. Het boek beschrijft enerzijds een persoonlijk stappenplan naar bevlogenheid en anderzijds enkele theoretische modellen over bevlogenheid.

Persoonlijk stappenplan

De kern van het boek van Kodden is een stappenplan dat aangeeft hoe je bevlogen kunt worden (en blijven). Want bevlogenheid is de belangrijkste voorwaarde voor succes in je werk en je leven. Iedere stap uit het stappenplan wordt in het boek verder uitgewerkt met voorbeelden uit de eigen loopbaan van Kodden, met succesverhalen van sporthelden en met verwijzingen naar zelftests.

Meest recente berichten

Recente reacties

Archief

Categorieën

Meta

Tweets about innovatieforganiseren.nl